EXPO zaterdag, Apr 12 2008 

FREUD IN MAROKKO, Identiteit in de kijker

Op de sofa bij psychoanalyticus Paul Dahan

Wie ben ik en wat doe ik hier? In een vluchtige wereld als de onze is het soms moeilijk om te weten wie je bent, laat staan te weten wie anderen zijn. Als gevolg hiervan hebben vele gemeenschappen de neiging zich heel erg in zichzelf te keren. Met de talloze oorlogen en conflicten als het bekende resultaat. Maar hoe weten we wie we zijn en hoe kunnen we ervoor zorgen dat bevolkingsgroepen elkaar niet meer voortdurend in de haren vliegen? Dat zijn vragen waarop psychoanalyticus Paul Dahan een antwoord tracht te vinden. Welkom bij Freud in Marokko.

Wat? Freud in Marokko? Neen, wees gerust, er zitten geen ‘gaten in uw cultuur’ en evenmin lijdt u aan één of andere vorm van vroegtijdige Alzheimer. Freud is immers nooit in Marokko geweest en er bestaat zelfs geen enkel concreet verband tussen hem en dit Noord-Afrikaanse land. Toch is de titel van deze expo niet helemaal uit de lucht gegrepen. Want behalve dat het een naam is die tot de verbeelding spreekt, vat hij het opzet van de tentoonstelling als geen ander samen.

Door stil te staan bij dromen en de interpretatie ervan, een fenomeen waaraan zowel in de Marokkaanse traditie als door Freud veel belang wordt gehecht, zet Dahan de bezoeker ertoe aan na te denken over zijn eigen identiteit. Want “onze identiteit wordt ons als het ware opgedrongen door onze omgeving en is bijgevolg, in sommige gevallen, veranderlijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er mensen zijn  die op een bepaald moment in hun leven in de knoop zitten met wie ze zijn en misschien zelfs vervallen in extremen. Daarom is het de levenstaak van ieder van ons om af en toe eens halt te houden en na te denken over zijn identiteit.”

Een wandeling doorheen de opeenvolgende tentoonstellingsruimtes – of zijn het de kamers van je onderbewustzijn –  is echter meer dan een confrontatie met jezelf en de ‘ander’. Naast zelfreflectie leert Freud in Marokko je bovendien hoe rituelen het leven van een individu structureren en verhaalt wat er gebeurt wanneer die structuur, ondanks de individuele en collectieve rituelen, uit evenwicht raakt.

Een bezoek aan de tentoonstelling is door de rechtstreekse confrontatie met het identiteitsvraagstuk op meerdere momenten iets dat naar de keel grijpt en vraagt enige intellectuele inspanning. De divan op het einde mag dan ook gerust met een kleine knipoog geïnterpreteerd worden. 

 

FREUD IN MAROKKO, Identiteit in de kijker: nog tot 15 mei in het Centrum voor Joods-Marokkaanse Cultuur, Vander Elstplein 19, Brussel (Ukkel).

Valérie Barkowski zaterdag, Apr 12 2008 

Valérie Barkowski heeft in haar leven veel gereisd. Ze heeft in Rusland en in India gewoond, en ook in Marokko. Daar heeft ze haar merk grootgebracht : Mia Zia. Kleurrijk, speels en boordevol oorsterse invloeden. De 1001-nachtsferen van Marrakech hebben de ontwerpster duidelijk niet onverroerd gelaten.

Hoewel ze de wereld rond reist, heb ik Valérie kunnen ontmoeten in haar appartement in Brussel. Het appartement was precies hoe ik het mij had voorgesteld : bonte kleuren, talrijke kunstwerken aan de muur en veel design.
Zelfs mijn onderlegger (ze had mij een drankje aangeboden) was kleurrijk : een zwarte ‘madam’ met een banaan in haar hand (als ik het mij goed herinner…).

Maar Valérie heeft zich niet zomaar in Marokko gevestigd. In haar jeugd studeerde ze architectuur aan de academie. Al snel kon ze aan de verleiding van verre reizen niet meer weerstaan. Ze heeft een aantal jaren in Rusland geleefd. Daar kwam ze in contact met lokale artiesten en ze wisselden geregeld ideeën uit.
Een aantal jaren later heeft Valérie zich gevestigd in Marokko. Daar heeft ze een artiestengroep opgericht, Sahart. Ze heeft artiesten van overal ter wereld uitgenodigd om naar Marokko te gaan en zich te laten inspireren door de warme, rijke cultuur van dit bruisend land. Niet alleen buitenlandse artiesten, maar ook Marokkaanse artiesten konden bekendheid vergaren door samen te werken met de groep.

Maar zo’n grote organisatie financieren kost wel wat en al snel leed Sahart aan geldgebrek. Dit loste Valérie op via de verkoop van handgemaakt huislinnen, kleurrijke; gestreepte sjaaltjes en sokjes. Dit initiatief zal later uitgroeien tot haar eigen, succesvol merk : Mia Zia.

Het merk groeide met de dag en al snel bleek het een gat in de markt. Ook de artiesten van Sahart draagden hun steentje bij in de groei van het merk. Zo kregen ze via Mia Zia de kans om in de de kijker te staan en vrij te ontwerpen. Een Russische fotografe -die Valérie had leren kennen toen ze in Moskou woonde- had een leuk juweeltje gevonden op een markt. Dit werd het startschot voor de uitbreiding van het merk met een juwelenlijn. Valérie Barkowski reproduceerde het juweel in diverse kleuren en warme, zachte tinten zoals de armbanden van Marokkaanse vrouwen.

Hoewel Mia Zia veel succes kende, toch kreeg het merk veel kritiek. Het label ‘fabriqué au Maroc’ kreeg veel tegenkanting van Westerlingen die beweerden dat de producten van slechte kwaliteit waren. Maar elk onderdeel van het merk is handgemaakt door vrouwen in een atelier in Marrakech. Enkel de beste stoffen worden gebruikt zoals linnen, katoen uit Noord-Marokko, zijde,… In de sjaals worden meer dan 1000 kleuren gebruikt, wat onmogelijk is via machines.
Kwaliteit en authenticiteit waren het motto van merk. Ook is Valérie heel sterk tegen massaproductie en mechanisatie. Volgens haar is alle charme van de modewereld verdwenen en leven we in een periode van artistieke ‘malaise’.

Valérie woont allang in Marokko, maar toch wordt ze nog altijd beschouwd als een ‘Nasrani’, een niet-musulmane. Het verschil in geloof betekent een struikelblok voor haar volledige integratie in Marokko. Maar haar positie als bedrijfsleidster werd nooit bedreigd. In Marokko hebben de mensen volgens Valérie veel respect voor vrouwen die een hoge functie bekleden.

Maar het merk heeft ook moeten afrekenen tegen talrijke moeilijkheden. In de souks, de lokale markten van Marokko krioelt het van namaakproducten.
De kleurrijke sjaaltjes worden in grote getallen nagemaakt. Ook haar traditionele serviezen ontsnapten er niet aan. Tajines in aardewerk, versierd met motieven en pompons hebben hun plaats gevonden in de souks. Menig ontwerper zou hierover klagen…maar Valérie deed dit niet. Voor haar was het een compliment, een teken van erkenning door het Marokkaanse volk. Het gaat zelfs zo ver dat haar creaties door Marokkanen beschouwd worden als het erfgoed van Marokko. En dat is wel een heel groot compliment.

Ergens is dat niet verwonderlijk. Valérie gebruikte immers de Marokkaanse cultuur als haar inspiratiebron voor haar creaties. Ze neemt elementen over en plaatste ze in een andere omgeving. Ze geeft de traditionele elementen een nieuwe zin. Zo zijn er in Marokko de ‘Mendin’, de paréostoffen waarmee de Marokkaanse katoenpluksters (die in het noorden van Marokko wonen) zich hullen. De Mendin zijn gestreept en zeer kleurrijk. Deze kleurrijke print heeft Valérie gebruikt in haar bedlinnen, haar truitjes, sjaals en sokken.

Ook de pompons komen vaak terug in het Marokkaans straatbeeld als versiering van gewaden (djellabas). Valérie nam dit element over, en versierde de kragen van t-shirts met pompons, een boord van een badlaken of ze maakte er een leuke sleutelhanger mee. Overal waar ze gaat, gebruikt ze traditionele elementen en ze plaatst hen in een innoverende, soms zeer verrassende context.

Haar ontwerpen zijn bovendien niet onderhevig aan een modetrend. Het verandert niet per seizoen, maar de collecties bewaren steeds dezelfde traditie, dezelfde exotische sfeer. Zo heeft ze in feite de moderne, eigentijdse Marokkaanse stijl uitgevonden. De stijl voor de nieuwe, moderne Marokanen die niettemin hun traditie niet willen verloochenen. Of de stijl van de Westerling, die veel interesse toont voor verre culturen.

Op 28 mei 2008 zullen de werken van de organisatie Sahart geschonken worden aan het cultureel centrum van Casablanca. Zo zal de collectie (schilderijen, schetsen, dagboeken, etsen, foto’s van de Marokkaanse woestijn…) voor altijd één geheel vormen en blijven waar het hoort, in Marokko.

Rwina, allochtoon sketchprogramma zaterdag, Apr 12 2008 

Allochtone acteurs zetten de boel op stelten

Wat als Marokkanen, Algerijnen en Vlamingen samenkomen om te schrijven ? Wel, dan ontstaat zoiets als Rwina, een allochtoon sketchprogramma dat sinds 17 maart te bekijken is op één. Rwina wordt vijf weken lang wekelijks uitgezonden om half tien.

Rwina, wa’s da?

De reeks bestaat uit vijf afleveringen van telkens een vijventwintigtal minuten en werd geregisseerd door Pietje Horsten. Iedere aflevering behandelt een thema dat zowel leeftijdsoverschrijdend als universeel is. Rwina wil op humoristische wijze de verschillen tussen allerlei culturen tot in onze huiskamer brengen. Aan de hand van grappige sketches worden jongeren in hun dagelijks leven afgebeeld. Ze stellen over hun persoonlijke leefwereld en die van de anderen in vraag. Hoe zoek je werk? Moet je het zoeken bij de knelpuntberoepen? Ga je nog wat langer naar school? Of moet je precies het tegenovergestelde doen en vroeger met de studies ophouden? En wat mag er op je werk? De thema’s worden benaderd met een grote dosis relativisme en een pakket erg verfijnde humor. Doel van dit alles is ervoor zorgen dat de kijkers worden aangemoedigd zichzelf en hun omgeving vanuit een frisse invalshoek te bekijken. Met een knipoog worden vooroordelen aan de kaak gesteld.

De afleveringen werden geschreven door ervaren en minder ervaren scenaristen, zowel van autochtone als van allochtone origine. Twee van hen spelen ook daadwerkelijk mee in de reeks.

Een echte doelgroep voor de reeks is er niet. Ze richt zich tot alle kijkers, autochtoon én allochtoon, die zich aangesproken voelen. Door het ruime aanbod aan thema’s is dat dus vrijwel iedereen.

Alle personages hebben hun typische karaktereigenschappen en worden ook telkens heel duidelijk als individuen in beeld gebracht. De ‘streetstyle’-cameravoering zorgt voor een zekere spontaneïteit van de acteurs en maakt dat hun verhalen optimaal tot hun recht komen.

Rwina, oe komt da?

Het initiatief kwam van socioculturele agoge Katrien Mertens en VRT-regisseur Pietje Horsten. Beiden zijn afkomstig van Mechelen. Net als vele andere Mechelaars hebben ze enkele jaren geleden moeten vaststellen dat hun geliefde geboortestad het imago had gekregen van Vlaamse versie van Chicago en daar wilden ze maar al te graag iets aan veranderen. Samen besloten ze een theaterproject met allochtone jongeren op te starten.

In augustus 2004 ging het project van start en werden de eerste contacten gelegd met wijkwerkingen en een Marokkaans jeugdhuis in Mechelen. Na heel wat overleg werd er in september 2004 een eerste bijeenkomst georganiseerd met geïnteresseerde jongeren, wat uitvloeide in een wekelijkse brainstorming over mogelijke onderwerpen die konden aan bod komen. In februari 2005 had zich een vast groepje enthousiastelingen afgetekend, bestaande uit zo’n 15 allochtone jongeren.
Rwina kon vanaf dan rekenen op acteurs van een verschillende afkomst. De meesten onder hen hebben Marokkaanse, Turkse, Algerijnse, Armeense of Vlaamse roots. Het merendeel is geboren en getogen in Mechelen, waar de reeks zich afspeelt.

In november 2005, na maanden hard werken, kwam het eerste theaterstuk er aan: ‘Rwina doen’ (wat ‘de boel op stelten zetten’ betekent, nvdr.). Tegen alle verwachtingen in kenden de voorstellingen een enorm succes, wat ervoor zorgde dat Pietje en zijn kompanen al snel begonnen te werken aan een tweede theaterstuk. ‘Rwina feest’ kwam uit in 2006 en zorgde opnieuw voor volledig uitverkochte zalen.
In februari 2008 werd dan het derde, en voorlopig laatste, stuk van Rwina afgeleverd met als titel ‘Rwina gidst’.
 
Ondertussen had de groep jongeren zich ook nog op een ander project gestort. Na twee opeenvolgende succesverhalen, was het enthousiasme van de jongeren groter dan ooit. Het idee om van de toneelstukken een fictiereeks voor tv te maken viel dan ook meteen in de smaak en zo kreeg de tv-versie van Rwina vorm.

Rwina, oe klinkt da?

Een verrassende kijk op de samenleving vraagt uiteraard ook om een vernieuwende en brede muzikale benadering. Daarvoor gingen de makers van Rwina aankloppen bij Djamel Berrezzeg en Abdel Illi. Djamel en zijn groep, die eveneens Djamel heet, brengen al jaren muziek die op de grens staat tussen twee culturen. In samenwerking met kleinkunstzanger en culturele liefhebber Bart Peeters namen zij het titelnummer van Rwina op.

Rwina voorproefje