Marokko: ‘the place to be’ voor plastische chirurgie woensdag, Jun 18 2008 

Marokko: topbestemming voor cosmetische ingrepen

Europeanen die opteren voor plastische chirugrie, laten zich steeds vaker opereren in het buitenland en dan meer bepaald in Marokko. Een cosmetische ingreep is er immers niet alleen goedkoper, veel Marokkaanse specialisten zijn bovendien in Europa opgeleid en het is meteen een beetje vakantie voor de patiënt.

Volgens Salaheddine Slaoui, voorzitter van de Marokkaanse Vereniging van Plastische Reparatieve en Esthetische Chirurgie, worden in Marokko dagelijks vijftig tot zestig ’schoonheidsoperaties’ uitgevoerd.

Vorig jaar lieten ongeveer 300 patiënten uit het buitenland zich behandelen in Marokko. En de laatste jaren stijgt dat aantal volgens de chirurgen exponentieel.

De populairste operaties zijn de borstvergroting, neuscorrectie, liposuctie en –sculpture.

Met Ryanair naar Marokko woensdag, Jun 18 2008 

Marokko voor een prikje

De Ierse lagekostenmaatschappij Ryanair zal binnenkort vanuit Charleroi ook vluchten naar Marokko aanbieden. Dat maakte de krant L’Echo op 3 juni bekend. Ryanair zou maar liefst drie bestemmingen in gedachten hebben, met name Marrakech, Tanger en Fez. Goed nieuws dus voor ieder van ons die tijdens zijn vakantie graag vreemde horizonten verkent.

Leesvoer donderdag, Mei 1 2008 

Onder mannen
Het verzwegen leven van Marokkaanse homo’s

De fysieke afstand tussen Marokko en Europa is in vogelvlucht nauwelijks meer dan tweeduizend kilometer. De mentale afstand lijkt schier onoverbrugbaar. Voor homo’s toch: in Brussel zijn ze met hun liefste welkom in de trouwzaal van het stadhuis en kunnen ze een kind adopteren. In Casablanca moeten ze ‘onder-onder leven’, zoals ze dat in het Arabisch zeggen: in het geniep. Catherine Vuylsteke ging verschillende keren naar Marokko, trok door Europa en tekende er verhalen op van gespleten homolevens.

Catherine Vuylsteke. Paperback - ca. 250 blz. - ca. 19,95 euro - ISBN 978 90 8542 136 8. Een uitgave van Meulenhoff | Manteau

bron: De Morgen

El Warda woensdag, Apr 23 2008 

In de naam van De Roos

Een doordeweekse lenteavond in de Antwerpse Zurenborgwijk. De laatste zonnestralen kleuren de gevels diep oranjerood en geven de buurt iets melancholisch. Hier ligt, een beetje verscholen in de donkere Draakstraat, de klassieker onder de Marokkaanse restaurants van ’t Stad: El Warda.

Van zodra je El Warda (De Roos) binnenstapt, word je overspoeld door de zweverige 1001-nachtsfeer. Zandkleurige muren, kleurige lampionnetjes en her en der verspreid prachtig versierde onderzetborden. De traditionele muziek die zachtjes op de achtergrond weerklinkt, maakt het geheel compleet.

We beginnen met de ‘amuse-geulle’. Dertien kleine schaaltjes met daarin evenveel verschillende Marokkaanse slaatjes en hapjes op basis van kraakverse groenten en verrassende tapenades. Een aanrader voor wie houdt van een beetje avontuur op zijn bord. Nadien valt de keuze op respectievelijk de ‘bouillabaisse’ en de ‘roz bahri’ (gebakken rijst met zeevruchten). Kirsten en Melissa houden het bij de ‘frag machoui’ (gegrilde kippenspiesjes) en ik ga resoluut voor de ‘gamba’s op hosimiwijze’. De kippenspiesjes zijn weinig verrassend en het vlees zelfs een beetje taai. De gerechten met zeevruchten benaderen daarentegen bijna de perfectie. Het vlees is mals en precies goed gekruid. Om – letterlijk en figuurlijk – duimen en vingers van af te likken.

De avond afsluiten met de wereldvermaarde ‘flensjes Fatima’? Verleidelijk. Maar wegens geen extra knopen aan onze broeken die we kunnen openzetten, besluiten we wijselijk te passen. Marokkaanse muntthee dan maar. Met een druppeltje oranjebloesem, want dat bevordert de spijsvertering…

El Warda is een aanrader voor iedereen die wil doordringen tot de geheimen van de Marokkaanse keuken.

 

Sfeer: 7 - Keuken: 8,5 - Bediening: 7,5 - Prijs/kwaliteit: 8

Bezoek aan de koninklijke stallen maandag, Apr 14 2008 

De Koninklijke Stoeterij van Bouznika: de legende leeft

Meer dan twee eeuwen geleden vonden rondreizende handelaren er nog een veilig onderkomen voor de nacht. Vandaag slapen er enkel nog paarden. De Koninklijke Stoeterij van Bouznika, prinselijk onderkomen van de Arabische Volbloed, werd zo’n twintig jaar geleden in opdracht van koning Hassan II gebouwd op de restanten van de plaatselijke karavanserai en is de modernste van de vijf Koninklijke Stoeterijen van Marokko. 

Verspreid over vijftien hectaren vind je er uitgestrekte weiden, immense rijbanen en prachtige stallen afgewerkt met cederhout. Een kunstmatig aangelegd meer waarin regenwater wordt opgevangen, zorgt niet enkel voor het welslagen van de gerst-en haveroogst, maar onderhoudt tevens de weelderige bloemenperken die de lanen sieren. Excellentie in alle domeinen is hier de leuze. Het verhaal over het ontstaan van de Arabische Volbloed indachtig, gebeurt hier dan ook de selectie weloverwogen en uiterst zorgvuldig.

Volgens de legende zou Allah de Arabische Volbloed geschapen hebben uit een handvol zuidenwind terwijl hij volgende woorden sprak: “Uw naam zal Arabier zijn en Deugd zal in uw manen zijn vervlochten… Ik maak van uw meester tevens uw vriend en geef aan u de kracht om te kunnen vliegen zonder vleugels”. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bedoeïenen er in de loop der eeuwen steeds naar hebben gestreefd om het ras ‘asil’ (raszuiver, nvdr) te houden en dat ze het dier beschermd en vereerd. Een taak die vandaag de dag vol toewijding wordt verdergezet door de fokkers van de Koninklijke Stoeterij.

Naast het in stand houden van het ras heeft de Koninklijke Stoeterij van Bouznika als voornaamste doelstelling om fokkers zo goed mogelijk te helpen. De meeste van hun hengsten worden dan ook gratis of tegen een kleine vergoeding ter dekking gesteld. Hun nakomelingen zijn over het algemeen veelbelovend en de meeste presteren dan ook zeer goed op de talloze “concours hippiques pour pur-sang arabes”.

EXPO zaterdag, Apr 12 2008 

FREUD IN MAROKKO, Identiteit in de kijker

Op de sofa bij psychoanalyticus Paul Dahan

Wie ben ik en wat doe ik hier? In een vluchtige wereld als de onze is het soms moeilijk om te weten wie je bent, laat staan te weten wie anderen zijn. Als gevolg hiervan hebben vele gemeenschappen de neiging zich heel erg in zichzelf te keren. Met de talloze oorlogen en conflicten als het bekende resultaat. Maar hoe weten we wie we zijn en hoe kunnen we ervoor zorgen dat bevolkingsgroepen elkaar niet meer voortdurend in de haren vliegen? Dat zijn vragen waarop psychoanalyticus Paul Dahan een antwoord tracht te vinden. Welkom bij Freud in Marokko.

Wat? Freud in Marokko? Neen, wees gerust, er zitten geen ‘gaten in uw cultuur’ en evenmin lijdt u aan één of andere vorm van vroegtijdige Alzheimer. Freud is immers nooit in Marokko geweest en er bestaat zelfs geen enkel concreet verband tussen hem en dit Noord-Afrikaanse land. Toch is de titel van deze expo niet helemaal uit de lucht gegrepen. Want behalve dat het een naam is die tot de verbeelding spreekt, vat hij het opzet van de tentoonstelling als geen ander samen.

Door stil te staan bij dromen en de interpretatie ervan, een fenomeen waaraan zowel in de Marokkaanse traditie als door Freud veel belang wordt gehecht, zet Dahan de bezoeker ertoe aan na te denken over zijn eigen identiteit. Want “onze identiteit wordt ons als het ware opgedrongen door onze omgeving en is bijgevolg, in sommige gevallen, veranderlijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er mensen zijn  die op een bepaald moment in hun leven in de knoop zitten met wie ze zijn en misschien zelfs vervallen in extremen. Daarom is het de levenstaak van ieder van ons om af en toe eens halt te houden en na te denken over zijn identiteit.”

Een wandeling doorheen de opeenvolgende tentoonstellingsruimtes – of zijn het de kamers van je onderbewustzijn –  is echter meer dan een confrontatie met jezelf en de ‘ander’. Naast zelfreflectie leert Freud in Marokko je bovendien hoe rituelen het leven van een individu structureren en verhaalt wat er gebeurt wanneer die structuur, ondanks de individuele en collectieve rituelen, uit evenwicht raakt.

Een bezoek aan de tentoonstelling is door de rechtstreekse confrontatie met het identiteitsvraagstuk op meerdere momenten iets dat naar de keel grijpt en vraagt enige intellectuele inspanning. De divan op het einde mag dan ook gerust met een kleine knipoog geïnterpreteerd worden. 

 

FREUD IN MAROKKO, Identiteit in de kijker: nog tot 15 mei in het Centrum voor Joods-Marokkaanse Cultuur, Vander Elstplein 19, Brussel (Ukkel).

“In Marokko is alles heel dubbel” dinsdag, Apr 8 2008 

               - Eleonore ging een maand lang de sfeer opsnuiven in Marokko -

                       

Het is ondertussen alweer bijna een jaar geleden dat Eleonore Milbou, eenentwintig, studente Arabistiek & Islamkunde en van het nuchtere type, het Marokkaanse Rabat een maand lang tot haar thuishaven bombardeerde. Met als doel de taal die ze al zo’n twee jaar studeerde en de cultuur waarover ze al zoveel had gelezen eindelijk eens ‘aan den lijve’ te ondervinden volgde ze er een zomercursus Standaard Arabisch. Haar ervaringen, impressies en belevenissen in een notendop – of was het een interview?

Tijdens de week volgde je een zomercursus Standaard Arabisch aan de universiteit van Rabat, ’s avonds en in het weekend mengde je je onder de lokale bevolking. Spreek je nu vloeiend Arabisch?

(lacht) Neen, dat nu ook weer niet, al moet ik wel zeggen dat ik enorm veel heb bijgeleerd. Vooral de contacten met de plaatselijke Marokkanen waren enorm ‘leerrijk’… (stilte) – dat was voor mij trouwens een heel vreemde ervaring: gewaarworden dat de taal die ik aan het leren ben geen dode taal is, maar dat ze me in staat stelt om tegen mensen te praten en dat die mensen me dan ook verstaan en zelfs terugpraten.

Wordt er dan echt Standaard Arabisch gesproken?

Neenee, allez, ’t is te zeggen. Als je tegen mensen begint in het Standaard Arabisch verstaan ze je wel en gaan ze ook proberen te antwoorden in een of ander tussentaaltje dat ze hebben opgepikt van radio of televisie. Maar niet-intellectuelen spreken geen echt Standaard Arabisch.

Hoe was je ervaring met de mensen daar?

Ik denk dat ik enorm veel geluk heb gehad met het feit dat ik naar daar gegaan ben met een vriendin (Malaika, nvdr) die daar heel veel familie heeft. Die mensen hebben ons echt fantastisch goed opgevangen. Bovendien gingen zij vaak met ons de stad in en dan word je echt wel anders behandeld dan als toerist. Maar ook als we gewoon met z’n tweeën op stap gingen werd Malaika, die zelf nooit in Marokko heeft gewoond en die dus in feite niet minder ‘toerist’ was dan ikzelf, door haar typisch Marokkaanse uiterlijk helemaal anders benaderd dan ik.

Wat is dan juist het verschil in de manier waarop Marokkanen met mensen van dezelfde nationaliteit omgaan en die waarop ze Westerlingen of toeristen behandelen?

Ze behandelen Marokkanen met veel meer respect (resoluut). Met toeristen hebben ze zoiets van ‘jullie geld kunnen we wel gebruiken, maar de rest hebben we allemaal niet nodig dus houd dat maar ver weg van ons’. Ze vinden Westerlingen duidelijk, hoe moet ik dat zeggen – ze zijn ervan overtuigd dat je geen normen hebt en bijgevolg behandelen ze je dan ook niet volgens hun eigen normen… Eigenlijk behandelen ze je heel vaak als een stuk vuil… (stilte). Ze gaan dat natuurlijk nooit in je gezicht zeggen, maar als je ziet hoe ze met Marokkanen omgaan en hoe ze jou behandelen, dan merk je wel duidelijk dat ze voor jou niet hetzelfde respect kunnen opbrengen.

Dat ruikt een beetje naar racisme lijkt me…

Ja, eigenlijk wel. (stilte) Het was trouwens meteen ook de eerste keer in mijn leven dat ik zelf met racisme in aanraking gekomen ben. (stilte) Mijn professor in Rabat had er overigens ook een aardig handje van weg om mij minderwaardig te behandelen. Die man was er echt heilig van overtuigd dat ik dom was. Hij droeg Malaika dan ook elke keer op om zijn uitleg voor mij vertalen ‘want Noor zal het toch niet verstaan hebben’. Terwijl ons niveau van Arabisch - en hij wist dat goed genoeg - echt wel exact hetzelfde is. Tegen mij sprak hij ook niet persoonlijk, dat moest altijd via Malaika gaan. Echt racisme eigenlijk…

De houding die ze tegenover jou hanteerden bleek echter nogal mee te vallen? Want ik heb begrepen dat de manier waarop ze met zwarten …

Ja, dat was ook nog zo’n grof systeem… Op de universiteitscampus van Rabat zijn er dus drie gebouwen waarin studentenkamers zijn ondergebracht. Ze hadden mij op voorhand al gezegd dat er twee aparte blokken waren voor de jongens en voor de meisjes. Maar toen ik daar toekwam bleken er geen twee, maar drie gebouwen te zijn. Nieuwsgierig en vooruitziend als ik ben – ik wilde niet de flater begaan van mij in het verkeerde blok te installeren – vroeg ik natuurlijk direct waarvoor dat derde gebouw diende. Wat bleek? Dat derde blok was voor de zwarten. Want ‘zwarten zijn vuil en je kan er maar beter niet mee omgaan of je wordt er nog door besmet’. Gevolg: ze steken die mensen in een ander gebouw zodat ze zo min mogelijk met hen geconfronteerd moeten worden.

Wat is in hun ogen dan het verschil tussen een blanke en een zwarte dat ze jou wél toelieten tot het meisjesblok? Tenslotte verschilt de Marokkaanse tint in mijn ogen evenveel van de blanke als van de zwarte huidskleur?

Ja, het is inderdaad een beetje dubbelzinnig. Maar ik vrees dat men in Marokko de zwarten over het algemeen beschouwt als volkje dat nog wat achter staat. (stilte) Zwarten worden er gezien als mensen die nog niet helemaal mee zijn met de moderne tijd en als je dikwijls met hen omgaat dan word je  met hun achtergesteldheid  ‘besmet’. En inderdaad, het beste dat je kan doen als je zoiets gelooft is die mensen ver weg in een hokje steken.

Hoe heb jij de onderlinge verhoudingen tussen Marokkaanse mannen en vrouwen ervaren?

Goh, dat is eigenlijk héél ingewikkeld. In tegenstelling tot wat wij Westerlingen vaak denken zijn Marokkaanse vrouwen zijn eigenlijk heel zelfbewust. Ze weten perfect wat ze willen maar vooral ook wat ze niet willen. In Marokko heb je in feite twee soorten vrouwen. Je hebt diegenen die zich heel hard willen vrijvechten en daar dan ook extreem ver in gaan. Die meisjes tutten zich verschrikkelijk op en paraderen door de straten met een decolleté waarin menig walvis zou verdrinken en in rokjes die hun gat amper bedekken. Dat is de ene kant. Aan de andere kant heb je de typische, stevige, potige dames in djellaba die behalve thuis koken voor hun man niks mogen maar zich daarin schikken omdat ze maar al te goed weten dat zij thuis eigenlijk de spreekwoordelijke broek dragen. Maar alle vrouwen daar weten dat die twee mogelijkheden er zijn en dat ze daar de keuze in hebben. Welke keuze ze maken is volledig aan henzelf en wat ze ook kiezen, het wordt getolereerd. Er is dan ook geen enkele Marokkaan die op het idee zal komen om die vrijgevochten vrouwen anders te behandelen dan zijn eigen moeder. Dat is overigens ook de algemene houding: je moet een vrouw behandelen alsof ze je eigen moeder is. Allez, het is te zeggen, een Marokkaanse vrouw, want een Westerse vrouw is in hun ogen gewoon een hoer.

Leuk… Maar hoe voel je je dan als je daar rondloopt? Ik bedoel maar, je probeert heel oprecht om die cultuur beter te leren kennen en dan behandelen ze je zo…

Er zijn gelukkig wel ‘gradaties’ als ik het zo mag noemen. Als je als Westerse vrouw in Marokko over straat loopt, dan plakken ze je inderdaad meteen het etiket ‘slet’ op en denken ze dat ze met jou kunnen doen wat ze willen. Op het moment dat ze echter horen dat je Arabisch spreekt en dat je actief met hun cultuur bezig bent, is dat meteen iets heel anders. Ik weet niet precies wat er dan opeens klikt in hun hoofd, maar vanaf dan word je wel behandeld als een min of meer respectabel persoon. Een ‘gewone’ Westerse vrouw – eentje met blond haar en blauwe ogen dan nog – is echter gewoon ‘géén persoon’. En dat is eigenlijk wel heel frustrerend… dat je daar altijd tegenin moet gaan. Dat je constant moet bewijzen dat je niet de slet bent die zij denken dat je bent, maar dat je weldegelijk iets te vertellen hebt en dat je dat ook wil vertellen en dat je graag op een normaal niveau met hen wil omgaan. Dat is iets wat enorm veel energie kost en op den duur kon ik dat eerlijk gezegd ook niet meer opbrengen… (stilte). Op den duur wordt het echt heel vermoeiend om die mensen steeds te pushen en te zeggen ‘luister nu eens een keer naar mij’.

Hoe staan Marokkanen tegenover de Westerse cultuur?

Dubbelzinnig. Aan de ene kant willen ze alles wat Westers is heel graag overnemen en meegaan met de luxe. Als je in Marokko bijvoorbeeld naar televisie kijkt merk je ook dat die reclame altijd gaat over luxproducten: ‘is uw auto wel duur genoeg’, ‘onze koelkast is groter en dikker dan die van jou’,… dat soort dingen. Maar aan de andere kant hebben ze ook een beeld van de Westerse cultuur als een heel  moreel vervallen cultuur. Alsof er in het Westen geen waarden en normen bestaan. Aan de ene kant willen ze dus heel veel  overnemen, maar langs de andere kant heerst er ook een afgrijzen tegenover het Westen, zo van ‘aargh die mensen die doen maar op en die kennen geen grenzen’. Dus: dubbel… Maar ik denk dat dat heel kenmerkend is voor alles in Marokko: het is allemaal heel dubbel.

Zolang het allemaal maar in hun kraam past?

Mja, het hangt er dan maar weer vanaf in wie zijn kraam natuurlijk… Tot voor kort waren het vooral de mannen die bepaalden hoe ‘dé Marokkaan’ tegenover allerlei zaken moest staan, maar de laatste jaren heb je ook steeds meer en steeds invloedrijkere vrouwen die op zoek gaan naar de andere kant van het spectrum. Ik denk dat ze in Marokko nog een beetje op zoek zijn naar het juiste evenwicht tussen die twee meningen. In alles eigenlijk… in hun relatie met het Westen, in hun relatie tot mekaar, … Ze zijn op zoek naar een manier om al dat nieuwe te incorporeren, maar ook nog een beetje van zichzelf te bewaren. 

Hoe moet het nu verder? dinsdag, Apr 1 2008 

Tegen midden-april zou er een eerste tussentijds verslag moeten zijn in de zaak Belliraj.

Over Belliraj en Theo Van Gogh dinsdag, Apr 1 2008 

Belliraj had banden met Nederlandse Hofstadgroep 

Het terreurnetwerk rond Abdelkader Belliraj, de Belgisch-Marokkaanse terreurleider die als informant werkte voor Staatsveiligheid, had hoogstwaarschijnlijk banden met de Nederlandse Hofstadgroep. Deze laatste is onder meer verantwoordelijk voor de moord op filmmaker Theo van Gogh.

Voorts onderhield Belliraj mogelijk banden met de Belgische tak van de Groupe Islamique Combattant Marocain (GICM) en met Al-Zarqawi, het netwerk dat Belgische kandidaat-zelfmoordenaars zoals Muriel Degauque, naar Irak stuurde.

Belliraj werd eerder ook al gelinkt aan de nummer twee van Al-Qaida.

 

Schot in zaak Belliraj II dinsdag, Apr 1 2008 

Zesde slachtoffer was homoseksueel 

Nadat het Belgische Parket er eerder al in was geslaagd het vijfde moordslachtoffer in de zaak Belliraj te identificeren, is nu ook de identiteit van het zesde en laatste slachtoffer gekend. Het gaat om de 53-jarige Marcel Bille, een homoseksueel uit Koekelberg.

Het lichaam van Bille werd eind jaren tachtig door een wandelaar gevonden in een bos in het Waals-Brabantse Kasteelbrakel. Onderzoekers zijn er altijd vanuit gegaan dat Bille vermoord werd na een contact met een homoprostitué, maar tot nu heeft men nooit enig spoor van de dader gevonden.

 

Next Page »